Home » Twaalf schriftelijke vragen over voorbereidingskrediet Draka-terrein

Twaalf schriftelijke vragen over voorbereidingskrediet Draka-terrein

Afbeelding ter begeleiding van bericht over 12 schriftelijke vragen over Draka

Het college heeft de gemeenteraad geïnformeerd over de volgende stappen rond de mogelijke herontwikkeling van het Draka-terrein. Daarbij wordt gesproken over een principeverzoek, een intentieovereenkomst en een voorbereidingskrediet.

Tegelijkertijd blijkt uit de raadsbrief dat de provincie Zuid-Holland van mening is dat woningbouw op deze locatie niet past binnen het huidige provinciale beleid voor bedrijventerreinen. Dat roept vragen op over de haalbaarheid, de financiële risico’s en de volgorde waarin besluiten worden genomen.

Hart voor Hillegom vindt binnenstedelijke woningbouw belangrijk. Het Draka-terrein kan mogelijk een substantiële bijdrage leveren aan de woningbouwopgave van Hillegom. Juist daarom moet vooraf duidelijk zijn of het plan juridisch, planologisch en financieel uitvoerbaar is.

Het is volgens onze fractie niet vanzelfsprekend om gemeentelijke middelen beschikbaar te stellen zolang nog onzeker is of de provincie aan de ontwikkeling wil meewerken.

Daarom heeft Hart voor Hillegom twaalf schriftelijke vragen aan het college gesteld.Provinciale medewerking

1. Hoe beoordeelt het college de kans dat de herontwikkeling van het Draka-terrein daadwerkelijk doorgang kan vinden, nu de provincie volgens de raadsbrief van mening is dat deze ontwikkeling niet past binnen haar beleid voor bedrijventerreinen?

2. Welke concrete overleggen hebben vanuit de gemeente, het college en/of ambtenaren inmiddels met de provincie Zuid-Holland plaatsgevonden over de herontwikkeling van het Draka-terrein, welke standpunten zijn daarbij over en weer ingenomen en welke conclusies verbindt het college daaraan?

Voorbereidingskrediet en financiële risico’s

3. Welke feiten en verwachtingen rechtvaardigen volgens het college het vragen van een voorbereidingskrediet aan de gemeenteraad, terwijl het college tegelijkertijd aangeeft dat de provincie de voorgenomen ontwikkeling strijdig acht met haar eigen beleid?

4. Hoe weegt het college het financiële risico af dat de gemeente voorbereidingskosten maakt voor een ontwikkeling die uiteindelijk mogelijk niet uitvoerbaar blijkt vanwege provinciaal beleid?

5. Welke voorbereidingskosten verwacht het college te maken, hoe zijn deze opgebouwd en op welke wijze worden deze kosten verhaald indien de ontwikkeling uiteindelijk geen doorgang vindt?

Juridische en planologische haalbaarheid

6. Hoe beoordeelt het college de juridische stelling van de initiatiefnemer dat woningbouw op het Draka-terrein mogelijk is als een binnenplanse Omgevingsplanactiviteit en welke juridische onderbouwing ligt aan dat oordeel ten grondslag?

7. Waarom worden beleidsregels en een nadere invulling van de open normen in het Omgevingsplan pas opgesteld nadat een principeverzoek is ingediend, en hoe verhoudt deze werkwijze zich tot de uitgangspunten van rechtszekerheid en gelijke behandeling van initiatiefnemers?

8. Welke planologische, juridische en bestuurlijke belemmeringen ziet het college op dit moment nog voor de herontwikkeling van het Draka-terrein en op welke wijze worden deze één voor één opgelost?

Draka en de woningbouwopgave

9. Welke betekenis kent het college toe aan de herontwikkeling van het Draka-terrein binnen de totale Hillegomse woningbouwopgave en hoe beïnvloedt deze ontwikkeling de noodzaak om woningbouw op andere locaties, waaronder buitenstedelijke zoekgebieden, te realiseren?

10. Welke afweging heeft het college gemaakt tussen het behoud van een bedrijventerrein en de wens om op deze locatie woningbouw mogelijk te maken, en welke beleidsmatige argumenten hebben daarbij de doorslag gegeven?

Verdere besluitvorming

11. Hoe ziet het college de verdere besluitvormingsvolgorde voor zich, welke besluiten verwacht het achtereenvolgens van de provincie, het college en de gemeenteraad en welke momenten zijn daarbij bepalend voor het al dan niet voortzetten van het project?

12. Welke feiten en verwachtingen rechtvaardigen volgens het college het vragen van een voorbereidingskrediet aan de gemeenteraad, terwijl het college tegelijkertijd aangeeft dat de provincie de voorgenomen ontwikkeling strijdig acht met haar eigen beleid?

Eerst duidelijkheid, daarna verdere investeringen

Hart voor Hillegom wil voorkomen dat de gemeenteraad vooruitloopt op een ontwikkeling waarvan de planologische haalbaarheid nog niet vaststaat.

Dat is geen pleidooi voor vertraging. Het gaat om een logische volgorde:

eerst duidelijkheid over de provinciale medewerking, de juridische haalbaarheid en de financiële risico’s; daarna besluiten over investeringen en verdere planvoorbereiding.

De schriftelijke vragen zijn op 28 juli 2026 ingediend. De uiterste datum voor beantwoording is 27 augustus 2026.

Zodra de antwoorden van het college beschikbaar zijn, publiceren wij die op onze website!

❤️ Doe mee en blijf betrokken
Schrijf je in voor de nieuwsbrief van Hart voor Hillegom met nieuws en ontwikkelingen uit het dorp.

×